Het streefdoel van een weblog hoort te zijn: geen lezers. Een weblog dient om de illusie te wekken dat je wordt gepubliceerd, waardoor je meer aandacht besteedt aan spelling en grammatica. Maar de schaduwzijde is dat existentiële epistels, geformuleerd in een eerlijke en kwetsbare taal, het afleggen tegen allerhande vormen van kritiek.
Gewone burgers hekelen de media, ergeren zich aan tv-programma’s en, met name als ze als ze krantensites als hun weblog beschouwen, brengen ze zwaar geschut in stelling: van ironie en cynisme-light gaat het tot bedreigingen en verbale executies (al zijn de verwoordingen vaak te lachwekkend om serieus te worden genomen). Het is duidelijk: de problemen ontstaan wanneer de blogger/commentator wil worden gelezen. Dan is er geen plaats meer voor introspectie, voor twijfel en zelfkritiek. Elk spoor van zwakheid wordt uitgewist. Openbaarheid vereist compromissen.
Een gedicht in je opschrijfboekje kan zijn:
Ik ben zo eenzaam als een wees/Mijn stem is van het schreeuwen hees/Help mij, o god, met huilen te stoppen/Of, ik zweer het, u krijgt kloppen
De tekst op je weblog:
Ik haat Geert Bourgeois want hij is van Izegem en kan niet spreken. Wat denkt de NVA wel? Dat elke flamingant het prima-ok vindt dat zo’n grijze pinguïn zijn gedachtegoed vertegenwoordigt? Het is tijd voor een niéuwe Vlaamse alliantie!
of
De socialisten moeten Vandenbroucke weer opnemen in hun internationale strijd voor meer staat, minder individu en meer gelijkheid (met uitzondering van de gelijkheid tussen staat en individu, daar is meer ongelijkheid op zijn plaats, ten nadele van die tweede). Immers is Frank een man met een mening en een essay. Meer diepgang, minder ondergang. Of niet?
Het is de trend van de dag, van het decennium, van de eeuw, en wordt genoemd: de dood van de literatuur, het einde van de fictie, de ondergang van de goedgeschreven fantasietjes. Persoonlijke moeilijkheden zijn niet meer van belang. Het innerlijke leven kan prima worden verklaard aan de hand van de wetenschap. 1
En wetenschap is veel waardevoller – ze bevat meer waarheid – dan onze perceptie van het innerlijk leven. Kortom: we moeten onze gevoelens door wetenschappers laten verklaren en er met onze tengels afblijven. Wat weten wij nou? Is ons geluk veroorzaakt door iets met neuronen? iets met liefde? is liefde opgewekt door iets met neuronen? heeft liefde iets met onze neuronen gedaan? worden we verliefd op iemands neuronen of op celweefsels en beenderstelsels? 2
Als er sprake is van hoogsteigen, persoonlijke sentimenten (treurnis, vreugde, angst, pijn) is de taal waarin we ons uiten dus steeds meer die van de kritiek. In de vorm van columns, politieke analyses, ‘maatschappelijk debat’ (kenmerk van maatschappelijk debat: het duurt nooit langer dan een week voor het uitdooft dan wel verzuurt), opiniestukken, fora, etcetera. 3
Dat alles, heel die stortvloed, die imposante overdaad aan tekst die algemene waarheden wil ontsluieren, de wereld wil verduidelijken, die elke treinramp van het grootste belang acht, die elk buitenlands nieuwsfeit behandeld wil zien – dat alles, terwijl ik nu al jaren kranten lees en nog geen euro aan goede doelen heb geschonken, nog geen uur heb wakker gelegen van om het even welke ramp (misschien dat er nu meer plaats is in de wagons vooraan – handig als je spoort naar Antwerpen-Centraal), zelfs aan binnenlandse politiek amper denk wanneer ik ‘s morgens naar mijn werk ga (dan denk ik aan mijn bed).
Neen: ik ben vooral met mijzelf bezig. Met mijn leven, wat ermee te doen. Met liefde, haat, vriendschap, met wat ik kan leren, wil leren, niet kan leren. Met alles waar ik in de krant weinig tot niets over lees. Of het moet in de vorm zijn van human interest, die afgezwakte, oppervlakkige vorm van het leven, vol uiterlijkheden en voor de vuist weg geformuleerde emoties – ‘ik ben verkracht en huil nog elke nacht’ – maar niets waar ik iets aan heb. 4
Navelstaren is het hoogste goed, indien succulent geformuleerd. De vorige zin is een slecht voorbeeld: succulent is een lelijk woord. Zo’n woord dat je in recensies terugvindt. 5
Het enige wat mij – of jou, of iemand anders – te doen staat, is een boek schrijven getiteld ‘De revanche van de navel’. Binnen het corps van de literatuur is de navel – net zoals bij de mens – van het grootste belang.

