De revanche van de navel

Het streefdoel van een weblog hoort te zijn: geen lezers. Een weblog dient om de illusie te wekken dat je wordt gepubliceerd, waardoor je meer aandacht besteedt aan spelling en grammatica. Maar de schaduwzijde is dat existentiële epistels, geformuleerd in een eerlijke en kwetsbare taal, het afleggen tegen allerhande vormen van kritiek.

Gewone burgers hekelen de media, ergeren zich aan tv-programma’s en, met name als ze als ze krantensites als hun weblog beschouwen, brengen ze zwaar geschut in stelling: van ironie en cynisme-light gaat het tot bedreigingen en verbale executies (al zijn de verwoordingen vaak te lachwekkend om serieus te worden genomen). Het is duidelijk: de problemen ontstaan wanneer de blogger/commentator wil worden gelezen. Dan is er geen plaats meer voor introspectie, voor twijfel en zelfkritiek. Elk spoor van zwakheid wordt uitgewist. Openbaarheid vereist compromissen.

Een gedicht in je opschrijfboekje kan zijn:

Ik ben zo eenzaam als een wees/Mijn stem is van het schreeuwen hees/Help mij, o god, met huilen te stoppen/Of, ik zweer het, u krijgt kloppen

De tekst op je weblog:

Ik haat Geert Bourgeois want hij is van Izegem en kan niet spreken. Wat denkt de NVA wel? Dat elke flamingant het prima-ok vindt dat zo’n grijze pinguïn zijn gedachtegoed vertegenwoordigt? Het is tijd voor een niéuwe Vlaamse alliantie!

of

De socialisten moeten Vandenbroucke weer opnemen in hun internationale strijd voor meer staat, minder individu en meer gelijkheid (met uitzondering van de gelijkheid tussen staat en individu, daar is meer ongelijkheid op zijn plaats, ten nadele van die tweede). Immers is Frank een man met een mening en een essay. Meer diepgang, minder ondergang. Of niet?

Het is de trend van de dag, van het decennium, van de eeuw, en wordt genoemd: de dood van de literatuur, het einde van de fictie, de ondergang van de goedgeschreven fantasietjes. Persoonlijke moeilijkheden zijn niet meer van belang. Het innerlijke leven kan prima worden verklaard aan de hand van de wetenschap. 1

En wetenschap is veel waardevoller – ze bevat meer waarheid – dan onze perceptie van het innerlijk leven. Kortom: we moeten onze gevoelens door wetenschappers laten verklaren en er met onze tengels afblijven. Wat weten wij nou? Is ons geluk veroorzaakt door iets met neuronen? iets met liefde? is liefde opgewekt door iets met neuronen? heeft liefde iets met onze neuronen gedaan? worden we verliefd op iemands neuronen of op celweefsels en beenderstelsels? 2

Als er sprake is van hoogsteigen, persoonlijke sentimenten (treurnis, vreugde, angst, pijn) is de taal waarin we ons uiten dus steeds meer die van de kritiek. In de vorm van columns, politieke analyses, ‘maatschappelijk debat’ (kenmerk van maatschappelijk debat: het duurt nooit langer dan een week voor het uitdooft dan wel verzuurt), opiniestukken, fora, etcetera. 3

Dat alles, heel die stortvloed, die imposante overdaad aan tekst die algemene waarheden wil ontsluieren, de wereld wil verduidelijken, die elke treinramp van het grootste belang acht, die elk buitenlands nieuwsfeit behandeld wil zien – dat alles, terwijl ik nu al jaren kranten lees en nog geen euro aan goede doelen heb geschonken, nog geen uur heb wakker gelegen van om het even welke ramp (misschien dat er nu meer plaats is in de wagons vooraan – handig als je spoort naar Antwerpen-Centraal), zelfs aan binnenlandse politiek amper denk wanneer ik ‘s morgens naar mijn werk ga (dan denk ik aan mijn bed).

Neen: ik ben vooral met mijzelf bezig. Met mijn leven, wat ermee te doen. Met liefde, haat, vriendschap, met wat ik kan leren, wil leren, niet kan leren. Met alles waar ik in de krant weinig tot niets over lees. Of het moet in de vorm zijn van human interest, die afgezwakte, oppervlakkige vorm van het leven, vol uiterlijkheden en voor de vuist weg geformuleerde emoties – ‘ik ben verkracht en huil nog elke nacht’ – maar niets waar ik iets aan heb. 4

Navelstaren is het hoogste goed, indien succulent geformuleerd. De vorige zin is een slecht voorbeeld: succulent is een lelijk woord. Zo’n woord dat je in recensies terugvindt. 5

Het enige wat mij – of jou, of iemand anders – te doen staat, is een boek schrijven getiteld ‘De revanche van de navel’. Binnen het corps van de literatuur is de navel – net zoals bij de mens – van het grootste belang.

1. (probleem: wetenschap evolueert te veel en te snel om als zingever te dienen – het valt te begrijpen dat sommigen hun heil elders zoeken, zij die werden teleurgesteld door de wetenschap, of beter: door de stroom van gevulgariseerde wetenschappelijke artikels die telkens iets anders beweren, telkens één factor te zeer benadrukken – van chips krijg je kanker! chemotherapie werkt zelden! het aantal kankers is stabiel gebleven ook al eten we meer chips! – zodat het geheel, in tegenstelling tot de levensvisie van christenen en mohammedanen, te complex is, te verwarrend, te weinig een geheel en te veel een gebrekkige samenhang van weetjes)
2. (Ik ben niet op zoek naar waarheid – eenmaal die is gevonden, wat dan, het eeuwige geluk? – maar naar roes, naar esthetiek, naar sensatie.)
3. (fictie doorstaat wetenschappelijke kritiek: wij herkennen ons in de personages van Dostojevski, ook al wordt hun pathologie op onwetenschappelijke wijze verklaard – of denk aan de psychoanalyse: ook al zijn de wetenschappelijke fundamenten quasi nihil, toch kunnen we er veel aan hebben (ik maak geen deel uit van die ‘we’: ik haat pseudo-wetenschap, van wetenschap hou ik maar ik ben er te dom voor en dus ik kies ik voor de fictie, voor het subjectieve en de navel – wetenschappers zouden mijn grootste helden zijn als ze mooiere schoenen droegen, wat schrijvers zo interessant maakt is hun pose, hun opruiende onzin, hun sigaar, hun kostuum, de gewichtigheid die ze uitstralen, hun voorkeur voor een goede zin boven een ware zin – goede schrijvers zijn estheten en oplichters, ze mijden het cliché ook al is het cliché correct, ze brengen ons in een roes, laten ons de meest rare dingen denken en tonen aan hoe belachelijk, egoïstisch, gek en navelstarend de mens is – in die zin zijn ze eerlijk, niet bevreesd hun beerput en plein public leeg te pompen)
4. (liefst niets ‘waar gebeurd’, dan denk ik: het zal wel, dan denk ik: werd deze dialoog werkelijk zo gevoerd, of: iedereen heeft een eigen verhaal, dit is slechts één versie, waar sta je dan met je ‘waar gebeurd’? en trouwens, wil je iets ‘waar gebeurd’: ik at chips deze ochtend – en waar dat is gebeurd? hier, in de zetel, waar ik dit nu schrijf)
5. (Probleem met recensies: individu met eigen kennis en smaak poogt kunst objectief te beoordelen, wat niet lukt. Getuige daarvan de grote verschillen in oordeel – vier sterren in de Knack, 0 in De Morgen – en het overdadig gebruik van telkens meer zinledige metaforen – ‘Bohemian Forest’ flonkert als een mobie van ijskristallen die van een ondergesneeuwde tak in een donker bos bengelt, maar ontpopt zich gaandeweg tot een felle sneeuwstorm – en fancy woorden – succulent! – die louter uitdrukken: goed dan wel slecht. Inhoudelijk is het huilen met de pet op. Goede recensie: auteur schetst de kunstenaar/het kunstwerk – objectief dan wel subjectief, beide kunnen – en gaat dan na waarom hij – ja, hij: wat vrouwen vinden boeit me niet (geen boutade maar vaststelling) – het goed vindt (of beter gezegd: er iets aan heeft) en waarom niet. Dat zou elke recensie niet alleen anders maken, dat zou er ook voor zorgen dat recensies complementair worden. Aangezien het normaal is om bestsellers-in-wording in elk medium te bespreken – in De Morgen, De Standaard, Knack, Humo & overal op het internet – vormt het geheel van de recensies dan een groot web van voorkeuren waaruit makkelijk valt op te maken of het iets voor jou is, terwijl dat web nu louter een zichzelf nabauwend en tegensprekend kluwen van pseudo-objectiviteit is.)

Geef een reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Marseille is niet voor mietjes

Een Oostendenaar voelt zich meteen thuis in Marseille. Van zodra je de stad de rug toekeert, wordt je blik niet langer vervuild door asfalt en beton. Elke vorm van infrastructuur, met uitzondering van een vuurtoren in de verte, maakt plaats voor uitgestrekt blauw.

Het is niet de overvloedige aanwezigheid van het water op zich dat van belang is, die heldere emulsie van natriumchloride en rioolvocht stroomt immers ook en abondance door Seine en Charente. Wat de Middelandse Zee van schrepele greppels onderscheidt is de afwezigheid van sluizen en bruggen, storende elementen die voortdurend en opdringerig in je gezichtsveld opdoemen. Ook is ze krachtiger dan dociele rivieren en weerbarstiger dan kanalen die aan spades en graafmachines ontsproten. De einder danst er in het zonlicht. De convergentielijn van zee en lucht vibreert als een gespannen snaar. Ze hypnotiseert en bezweert als een snel zwenkende pendel. Brengt gedachtenstromen abrupt tot stilstand. Triggert een meditatieve toestand.

De enige onnatuurlijke elementen die de concentratie kunnen verbreken zijn de tuigen die het water bevaren. Containerschepen die tegen de intuïtie in niet door de golven verzwolgen worden maar als ijsbergen op de baren drijven. Speedboten die bij het doorklieven van het water schuimende geulen achterlaten. Sjofele vissersbootjes die onbeholpen deinen, machteloos als teerlingen in de hand van een meedogenloze gokker. Maar ook zij verlichten het gemoed. Zelfs als je gebukt gaat onder fobieën of het zwaard van Damocles boven je hoofd ziet bengelen, word je door de aanblik van de schepen en zeelieden gerustgesteld. Ofwel ben je verheugd dat de willeur van het wassende water je lot niet bepaalt, ofwel vereenzelvig je je met de matrozen, die verlost zijn van het vaste land en de daarin verankerde problemen.

De onmiddelijke nabijheid van de Middelandse Zee vormt niet alleen een bron van troost, ze incarneert ook een verheven, ongrijpbaar begrip: ze maakt het anders zo abstracte concept ‘vrijheid’ ontstellend concreet. Die vrijheid wordt in Marseille bevrucht met het bruisende stadsleven dat achter het strand haar opwachting maakt. Een stad aan zee is net iets gevaarlijker, exotischer en boeiender dan een gehucht aan de kust of een metropolis die niet door water, maar door buitenwijken en boerengaten omzoomd wordt. De demografie wordt bovendien gekenmerkt door een bonte mengeling van blanke, bruine en zwarte huiden. Een heterogene massa waaraan een specifieke zuiderse mentaliteit ontspringt. Die hangt als dichte mist boven de stad en intoxiceert elke inwoner. In de harten van de Marseillanen vermengt het opzwepende ritme van de stad zich met de gelatenheid van de kustbewoner. Ze leven in de dag, voor de dag. Het zijn geen intellecuelen die godganse dagen piekeren over de zwaarte van het leven. Ze vullen terrasjes en banjeren luid pratend rond. Ze hoeven de dag niet te plukken, hij dient zich gewillig aan. Lui ligt zijn kadaver voor het grijpen. Als een hongerige aaseter neemt de Marseillaan genoegen met wat zich aandient.

De toerist voelt zich niet zelden ongemakkelijk in Marseille. Het gevaar loert om elke hoek. Jeugdige relschoppers hebben een stalen, onwrikbare blik. Ze kunnen je uitdagend aanstaren zonder een spier te vertrekken. De wet van de sterkste is de wet van de straat. Maak je geen illusies, winnen kan je niet. Hoogstens valt de tegenpartij te overtuigen. Ik ben het niet waard, ik verdien het niet, maar ik onderken uw kracht, uw overmacht. Hier bent u baas. Respect is uw deel. Wees niet uitdagend, verberg je onverschilligheid. De toerist houdt niet van die houding. Hij wil dat ze hem aanbidden en dienen, overal. In het hotel, op straat, op het strand en ’s nachts en ’s avonds in een club waar hij zich tegoed doet aan de lokale dranken en in al zijn zatheid nog steeds als een koning in een kolonie behandeld wil worden. In Marseille moet je dat niet proberen.

Reizen draait niet om architectuur of fauna en flora of vreemde talen of religie. Altijd vormen mensen de spil van de ervaring. En hoe toeristischer de streek, meer de locals zich schikken naar de wensen van de toerist. Wie werkelijk wil ontdekken, zich helemaal wil onderdompelen in een andere omgeving, moet gaan waar de locals zichzelf kunnen zijn. Hen vragen een rol te spelen, is als dilletanten casten voor een Hollywoodproductie. De acteerprestaties zijn van een tergend laag niveau. De amateuracteurs zijn slechtbetaald, geraken gefrustreerd door hun eigen huichelarij en hun gemoed vult zich met afkeer en cynisme, zij het verborgen onder een dikke, ondoordringbare laag oppervlakkige beleefdheid. Bespeur je een contradictie? Wel neen: ondoordringbaar is de mens en oppervlakkig de beleefdheid. Een slechtere combinatie is amper denkbaar, tenzij je de culinaire toer opgaat en lookworst serveert met roomijs.

Maar behalve de waarachtige Marseillanen en de vrijheidbarende zee heeft de havenstad nog veel meer te bieden. Eten bijvoorbeeld. Sjok als een lamlendige ooi na het scheren, of flaneer als een postmoderne dandy indien je niet gespeend bent van enige stijl, naar Quai des Belges. Tal van gewiekste commerçanten etaleren er niet alleen hun blote bast – als de zon schijnt, knopen ze hun hemden open – maar ook versgevangen vis. De vaak nog levende zeebewoners worden ter plekke gedood, wat natuurlijk niet zonder misbaar verloopt. O ja: de kramers zijn trots op hun moordkunsten. Met een machete gaan ze de diertjes te lijf. En roepen! De prijzen gutsen er net zo overtuigend uit als de ingewanden van gebarsten zee-egels. Le marché aux poisson, c’est calme, c’est relativement charmant, pittoresque, universel, tandis que le Quai des Belges, c’est brutal et c’est bien Marseillais! (om Maurice Agulhon maar eens te parafraseren)

Na enige tijd vertoefd te hebben tussen opdringerige schreeuwlelijken en bloederig gekeelde paling zal het verlangen naar rust allengs opwellen om uiteindelijk als een existentiële eis de wil te annexeren. Wanneer de bedaardheid het hart regeert en de latente hegemonie van de slaap afgewend moet, strekt het tot advies een religieus bouwwerk te bezoeken. Natuurlijk kan het je niet schelen welke heilige ettelijke eeuwen geleden zijn weldaden stelde en daar thans aanbeden voor wordt in de door u binnengewandelde kerk, gidsen vallen dan ook absoluut af te raden. Je bent in een kerk omdat het er koel is. Omdat het er stil is. Omdat er bitter weinig klootjesvolk komt, tenzij dan onder leiding van een gids. Maar vooral omdat het er dermate goedkoop is dat zelfs het fel gecontesteerde toverwoord ‘gratis’ bovengehaald mag worden. Welke kerk je uitkiest maakt weinig uit. De dichtstbijzijnde zal wel volstaan. Indien je voeten na al dat gebanjer in tropische temperaturen nog altijd niet de geur van een zwetende camembert afscheiden, valt een uitstapje naar een moskee ook aan te raden. Niet dat er daar veel te zien is, maar het is onwaarschijnlijk dat het klootjesvolk daar zijn opwachting maakt. Ze zijn bang, welhaast verschrikt voor de terroristische muzelman! Een onverschrokken reiziger die net als jij gezegend is met een neus voor avontuur – en om het bouquet van bordeaux op te snuiven natuurlijk – hoeft niet te vrezen. Zoals eerder gezegd: het draait om de blik. Sartre zei wel dat l’enfer les autres is, je bent daarom niet verplicht om dat aforisme in de praktijk te brengen. In Marseille moet je de ander niet met je ogen trachten te vernietigen. Wees niet hels. Wees geen starende kwelduivel. Je doet er beter aan je goedmoedig te laten kisten. De confrontatie dient enkel aangegaan te worden indien de vuisten voldoende jeuken. Als de palmen gaan zweten en de vingers bedeesd beven, afwenden die blik!

Maar dat weet een Oostendenaar natuurlijk al lang.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

De zelfvoldane zender

De Redactie

Foto: screencap deredactie.be

Een nieuwsitem in Het Journaal is pas volledig wanneer een toevallige voorbijganger zijn mening erin heeft verkondigd. Het spuien van onbeduidende opinies is haast een vanzelfsprekendheid geworden. Nochtans heeft zo’n item even weinig baat bij commentaar van de straat als Wim Devilder bij een vasectomie. Om de absurditeit ervan te vatten volstaat het de volgende vraag te stellen: hoe zouden we reageren als kranten hun breedvoerige artikels vervingen door van de toog geplukte nonsens?

Voor de VRT is het van buitengewoon belang dat nieuws onbelemmerd naar binnen glijdt, als bier na een voetbalmatch. Een omstandige uitleg is niet nodig. Van zodra het nieuwsanker de essentie heeft meegegeven, mag de reportage inhoudslozer zijn dan de geldbeugel van Diogenes.

De kijkers zo goed mogelijk informeren lijkt niet langer het doel te zijn. De VRT is een wellustige exhibitionist geworden, een obese nitwit die zich suf rukt op kijkcijfers. Hoe sneller die stijgen, hoe stijver zijn geslacht. Als het nieuws voldoende eenvoudig en ontspannend is, neemt het aantal kijklustigen hand over hand toe. En alleen dan worden de exhibitionistische behoeften van de VRT geheel bevredigd.

De vereenvoudiging en het verhoogde entertainmentgehalte zijn echter meer dan handige technieken, aangewend om de informatiebrokken vlotter te laten verteren. Niet alleen worden serieuze onderwerpen lichtvoetig benaderd en ondeskundig geduid, ook het omgekeerde geschiedt. De amoureuze peripetieën van bekende Vlamingen worden bijvoorbeeld met een ontstellende ernst en dito uitvoerigheid behandeld. Zo mochten Chris Dusauchoit en Maya Detiège in TerZake over hun liefdesverhouding praten, nadat ze het relaas van hun relatie al in verdacht populaire weekbladen deden.

Wie naar Het Journaal kijkt, ziet hoe de journalistiek niet langer als een zoektocht naar de waarheid geconcipieerd wordt. Een journalist is niet langer een erudiete verschijning in antediluviaanse outfit die een verhaal volledig uitspit. Hij is gemuteerd in een joviale fat die wanhopig op zoek is naar originele invalshoeken, lukraak mensen interviewt en alleen de meest spitante soundbites weerhoudt. Hij wil de kijker bovenal boeien, ook al gaat dat ten koste van de kwaliteit van zijn verslag. Maar goed, waarom zou hij het te ver gaan zoeken? Diep op de zaken ingaan, met experts in discussie treden en zich pertinente vragen stellen bij het nieuws – volgens zijn baas heeft de gemiddelde kijker er geen boodschap aan. De oprecht geïnteresseerden zullen wel naar Radio 1 luisteren of naar verdiepende programma’s op Canvas kijken. Alleen spijtig dat ook die het slachtoffer werden van een doorgedreven nivellering.

Bovendien bestaat het gevaar dat de journalist zelf in de opgeworpen waan van een malloot voor de buis begint te geloven. Als hij het nieuws al te zeer moet verkleuteren, denkt hij allengs dat elke kijker daadwerkelijk een analfabete broekventer is met een aandachtsboog van vijftien seconden, niet slimmer dan een kind van 10. Is het verwonderlijk dat hij de bevolking vervolgens toespreekt met een zelfvoldane blik die zelfs Narcissus in al zijn eigenliefde niet uit zijn ogen geperst kreeg?

De journalist wentelt zich in gemakzucht en trekt volop de kaart van het vertier, zonder dat een zweempje schuld zijn hoogmoed ontwricht of het bruisen van zijn ego zelfs maar beteugelt. De kijker ziet het met lede ogen aan en vraagt zich vertwijfeld af wanneer deze charade haar existentie opschort en de ernst de journalistieke troon weer bekleden kan. Zolang de seriositeit niet met de scepter zwaait, zal het perslandschap immers door opeengepakte kolderwolken overschaduwd blijven.

Gelukkig kijk ik tv via een ouderwetse antenne, waardoor ik weldra van Het Journaal en alle bijbehorende strapatsen verlost zal zijn. Al zal Koen Meulenaere me wel op de hoogte houden van de tragikomische calamiteiten ten huize wee wee wee punt de vijf idioten punt bee ee.

Geef een reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Op wandel in Wroclaw

Geen zin om uw uitdijende lijf weer in een krappe bikini te wurgen? Het opzichtig etaleren van uw lichamelijk verval meer dan moe? Afgeschrikt door geldgeile Arabieren die u onophoudelijk het hof maken? Vergeet dan die strandvakantie in Egypte of Turkije; de pot op met die verrekte all-informule! Hou het boeiend, trek naar Wroclaw.  Met fris herfstweer is deze Poolse stad charmanter dan Frank Galan.

Bij avondschemering kijkt u op het Rynekplein uw ogen uit aan vallende herfstbladeren, flanerende koppels in warme wintermantels en koffiehuizen waar kranten bij een stuk gebak worden doorbladerd, liefdes worden verklaard en intieme gesprekken gedijen als midlifers in een depressie. Sfeervol verlichte gebouwen dompelen het plein onder in een warme gloed. Een koele bries doet takken lichtjes zwiepen en de gevallen bladeren ritselen. De zomer voelt verder af dan ooit maar daar hoeft u allesbehalve rouwig om te zijn. Uw verbrande vel heeft genoeg afgezien, uw oksels hebben voldoende zweet afgescheiden, uw maag is die overvloed aan cornetto’s kotsbeu en u bent eindelijk verlost van dat klamme gevoel dat uw huid zelfs ’s nachts niet verliet.

Na wat rustgevend kuieren op het met architectonische pareltjes omzoomde plein sjokt u naar een ondergrondse jazzbar waar  langharige mannen met vintage gitaren hun sores omzetten in alle kanten opspattende melodieën. Er wordt gedanst maar vooral gedronken. Overal ziet u zwetende lijven die zich overgeven aan de roes van het moment en halve liters Zywiec of Dog in the fog verzwelgen: Poolse bieren die uitermate geschikt zijn om de dorst voor te zijn en om de ledematen te bevrijden van het beknellende, door de nuchterheid opgelegde zelfbesef. Bier is alomtegenwoordig en onmisbaar. Bier drinken is onafwendbaar, tenzij u liever wat meer zloty’s op tafel legt voor een exotische cocktail. Al zijn cocktails verre van exotisch. Door de globalisering van eclectisch bocht als caipirinha’s en mojito’s zijn ze een toonbeeld van banaliteit geworden: overal verkrijgbaar en tergend identiek. U bent een middelbare vrouw op reis in Polen, niet een van uw tienerdochters die zich in Ibiza door beachboys op hippe drankjes laat trakteren. Wees waarachtig; bestel bier.

Dat de Polen zelf niet vies zijn van hun pils ziet u aan de zwalpende dronkenlappen die ’s nachts door de straten slenteren op zoek naar vrouw of woonst of meer pils. Gelukkig voor u onthouden ze zich meestal van wangedrag. Misschien loopt u te hooi en te gras wel een zatlap tegen het lijf – letterlijk, ze dutten soms op straat in – maar tenzij u een pechvogel bent die onophoudelijk eieren vervuld van rampspoed en miserie uit de cloaca tovert, zal u van nocturne tribulaties gespeend blijven. Het zijn alcoholici en nachtbrakers die in de verlaten straten vagebonderen, geen tasjesdievende kutmarokkanen.

Wanneer u ’s morgens wakker wordt en de nadorst met voldoende water heeft gelest en het dauw op het groen van het Szczytnickipark door de ochtendzon is verdampt, strik dan de veters van uw stapschoenen en volg het grindpad in het park tot aan een verloren bank waar alleen de zon aandacht voor u heeft. U kunt er zich verlustigen in een ietwat bizar maar zeer leerrijk  empirisch experiment betreffende de fysionomie van de Pool. U heeft er een scherp zicht voor nodig dus vergeet bril, contactlenzen of – indien het verval het vereist – verrekijker niet, en wanneer de honger toeslaat kunt u te allen tijde bij een straatventer terecht voor een broodje met gezouten gehakt of enige andere specialiteit.

Om het experiment goed te voltrekken volstaat het uw blik te fixeren op het bovenlichaam van voorbijstruinende mannen. U zult merken dat ze – in tegenstelling tot uw zonen, collega’s en (ex-)echtgeno(o)t(en) – bolvormige vetophopingen onder de tepelhoven hebben. Jawel, u leest het goed: Poolse mannen hebben tetten. Volgens ons eigen volstrekt onwetenschappelijk onderzoek heeft 90% een borstenpaar waar de doorsnee Vlaamse meid trots op zou zijn. Indien elke Lisa of Laurence beschikte over de boezem van de gemiddelde Poolse man zou Jeff Hoeyberghs de helft van zijn staff moeten ontslaan, als was het door een kredietcrisis redundant gemaakt bankpersoneel.

Dankzij de gunstige koers van de zloty is reizen naar Polen betrekkelijk betaalbaar, al is het land de laatste jaren fors duurder geworden – de ubiquiteit der inflatie! Prijzen zoals er in het Sovjetera gevraagd werden vindt u alleen nog terug in de milk bars, sjofele eettenten die fungeerden als kantines voor kantoren en fabrieken die er geen hadden maar nu gefrequenteerd worden door daklozen en pinnige zakenlui met een afkeer van postmoderne bars. Het personeel maakt er een sport van om zo weinig mogelijk service te bieden, norsheid wordt er tot kunstvorm verheven en het eten balanceert op de dunne grens tussen walgelijk en oneetbaar. Al valt over smaak natuurlijk niet te twisten, al is het maar omdat liefhebbers van slappe pasta met gesmolten boter en uitbundig uitgestrooide suiker niet in staat zijn een discussie te voeren zonder luidruchtig in uw gezicht te boeren.

Meer informatie kunt u vinden op www.wroclaw.com of bij uw huishoudster.

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized